Spring naar content

Evaluatie Leerpraktijkcentra Rotterdam: leren door doen

21 december 2023

Werk en inkomen

Onderzoekers van de afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) van de gemeente Rotterdam evalueren in dit rapport de Leerpraktijkcentra (LPC) in Rotterdam-Zuid. Deze centra zijn opgezet binnen het programma Samen voor Zuid, met als doel het aantal bijstandsgerechtigden in kwetsbare wijken te verlagen. De aanpak richt zich op werkzoekenden die door een stapeling van belemmeringen — zoals schulden, taalachterstand of gezondheidsklachten — niet direct bemiddelbaar zijn naar de arbeidsmarkt. In een LPC werken zij 32 uur per week met behoud van uitkering volgens het principe ‘first place, then train’, waarbij werken wordt gecombineerd met leren en het wegnemen van belemmeringen.

De belangrijkste conclusies uit de evaluatie zijn:

  • De uitstroom naar werk of onderwijs is redelijk, waarbij opvalt dat ook mensen die langer dan vijf jaar in de bijstand zitten succesvol uitstromen.
  • Deelnemers ervaren positieve veranderingen op het gebied van zelfvertrouwen, dagstructuur en algemene werknemersvaardigheden.
  • De uitvoering van het leeraspect is wisselend; scholing sluit niet altijd aan bij de individuele behoeften of wordt belemmerd door praktische zaken zoals reistijd of taalvaardigheid.
  • Er bestaat onduidelijkheid over de exacte doelgroep: waar belemmeringen eerst een focus van begeleiding waren, fungeren ze in de praktijk vaker als reden voor uitsluiting.
  • De samenwerking tussen de betrokken partijen (gemeente, ondernemers, woningcorporatie) kent uitdagingen op het gebied van gedeelde visie en contractbeheer.

Programma Samen voor Zuid:
De gemeente Rotterdam, het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en samenwerkingspartners hebben via het programma ‘Samen voor Zuid’ in de periode 2019-2022 geïnvesteerd in de verbetering van de dienstverlening aan werkzoekenden en werkgevers in Rotterdam-Zuid. Het programma beoogde om mensen die bijstand ontvangen integraal te stimuleren en te ondersteunen om naar vermogen mee te doen op de arbeidsmarkt en belemmeringen aan te pakken die arbeidsparticipatie in de weg staan.
Lees hier de eindevaluatie van het programma.

Wat kun je ermee in de praktijk?

Deze publicatie biedt waardevolle lessen voor het inrichten van wijkgerichte re-integratievoorzieningen. Je kunt de resultaten gebruiken om het ‘first place, then train’-model te onderbouwen als methode om ook langdurig werklozen weer in beweging te krijgen. De evaluatie waarschuwt voor valkuilen bij publiek-private samenwerking en benadrukt het belang van heldere afspraken over de doelgroep en de regie op het traject. Het rapport dient als inspiratiebron voor kleinschalige initiatieven die werken en leren op een laagdrempelige manier willen combineren.

Voor wie is het relevant?

Dit rapport is specifiek relevant voor beleidsmedewerkers Werk en Inkomen en Participatie die betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwe re-integratie-instrumenten. Daarnaast biedt het belangrijke inzichten voor strategen binnen het sociaal domein en projectleiders die werken aan de samenwerking met sociaal ondernemers en maatschappelijke partners in de wijk.

Gerelateerde artikelen

Experimenteren met basisbanen in Groningen en Rotterdam

De Hanzehogeschool Groningen en SEOR publiceren een artikel over de basisbaan. Het analyseert de experimenten in Groningen en Rotterdam. De publicatie beschrijft de eerste resultaten, de kosten en de positieve…

De werking en effectiviteit van re-integratie instrumenten in Amsterdam

Gemeen A'dam onderzocht voor 5 re-integratie instrumenten voor wie en wanneer het werkt, hoe tevreden men is en wat de ruwe kosten en opbrengsten zijn.

Doeltreffendheid van re-integratiedienstverlening in het kader van de Participatiewet

De Nederlandse Arbeidsinspectie onderzocht de re-integratiedienstverlening in de Participatiewet. Dit rapport brengt de knelpunten in kaart die klantmanagers ervaren. De belangrijkste risico's zijn tijdgebrek, hoge caseloads en een ontoereikend instrumentarium.