Grote verschillen in bijstandsschulden tussen G4-gemeenten
In het artikel Grote verschillen in bijstandsschulden tussen G4-gemeenten onderzochten onderzoekers van de Universiteit Leiden hoe vaak bijstandsschulden voorkomen in de vier grootste gemeenten van Nederland: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Aanleiding is de grote omvang van bijstandsschulden en de wens van het kabinet om gemeenten meer ruimte te geven om deze schulden terug te dringen. Het onderzoek laat zien in hoeverre bijstandsschulden verschillen tussen de vier gemeenten en welke rol gemeentelijk beleid en uitvoering hierbij spelen.
De belangrijkste conclusies van het artikel zijn:
- Het aandeel bijstandsgerechtigden met een bijstandsschuld verschilt sterk tussen gemeenten. In 2023 had ongeveer 11% van de bijstandsgerechtigden in Amsterdam een openstaande schuld, tegenover ruim 26% in Rotterdam.
- Verschillen in handhavingsbeleid spelen een belangrijke rol. Gemeenten die strenger controleren en vaker terugvorderen hebben doorgaans meer inwoners met een bijstandsschuld.
- Ook de uitvoering maakt verschil. Snellere verwerking van wijzigingen in inkomen of de uitkeringssituatie en duidelijke communicatie richting inwoners kunnen voorkomen dat bijstandsschulden ontstaan.
- De verschuiving naar meer maatwerk, vertrouwen en aandacht voor de menselijke maat heeft er in verschillende gemeenten toe geleid dat er een afname te zien is in het aantal bijstandsschulden.
- Gemeenten hebben zelf invloed op het terugdringen van schulden, bijvoorbeeld door snellere verwerking van wijzigingen en automatische inkomensverrekening.
Wat kun je ermee in de praktijk?
Het artikel biedt vooral achtergrondinformatie en onderbouwing voor beleid rond werk en inkomen, armoede en schulden. De resultaten helpen gemeenten om het eigen beleid voor handhaving, terugvordering, incasso en bijzondere bijstand kritisch te vergelijken met dat van andere gemeenten. Ook biedt het onderzoek aanknopingspunten voor een meer preventieve aanpak van schulden en voor het verbeteren van uitvoeringsprocessen.
Voor wie is het relevant?
Het artikel is relevant voor beleidsmedewerkers en uitvoerend professionals binnen het domein Werk en Inkomen, in het bijzonder voor medewerkers die werken met de Participatiewet, inkomensondersteuning, handhaving, schuldhulpverlening en minimabeleid. Ook voor managers en adviseurs in het sociaal domein biedt het artikel inzicht in de gevolgen van beleidskeuzes voor inwoners met een bijstandsuitkering.