Spring naar content

Betalingsregelingen

Bevorderen van haalbare betalingsregelingen bij private schuldeisers

1 juni 2020

Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de ambities van het Kabinet Rutte III om de schuldenproblematiek in Nederland effectiever aan te pakken. Eén van de manieren waarop dit moet gebeuren is door de juridische afhandeling van schulden te verbeteren. De voornaamste uitkomst hiervan is dat schuldeisers de mogelijkheden tot betalingsregelingen beter moeten onderzoeken in plaats van een zaak snel voor de rechter te brengen.

Om betalingsregelingen te laten werken is het nodig om een onderscheid te maken tussen betalingsachterstanden en problematische schulden. In het geval van een betalingsachterstand staan er rekeningen open die een burger niet in één keer kan voldoen. Door een betalingsregeling te treffen met de schuldeiser kan het bedrag in meerdere termijnen worden betaald. De rekening zal dan ook niet oplopen door incassokosten en eventuele boetes. Bij problematische schulden is het echter onwaarschijnlijk dat een burger binnen een redelijke termijn kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. Een schuldregeling met kwijtschelding is in dit geval een betere optie, maar de cijfers tonen aan dat 90 á 95 procent van de huishoudens met problematische schulden niet aan zo’n regeling beginnen. Dit leidt ertoe dat schuldeisers mensen met problematische schulden óók vaak aan betalingsregelingen laten beginnen waar zij uiteindelijk niet aan kunnen voldoen. Hierdoor kunnen de problemen onnodig escaleren en lopen de schulden verder op.

Wat de situatie lastig maakt is het feit dat de wet niet voorschrijft dat burgers recht hebben op een betalingsregeling. Dit komt naar voren in artikel 6:29 BW, waarin wordt gesteld dat ‘de schuldenaar zonder toestemming van de schuldeiser niet bevoegd is het verschuldigde in gedeelten te voldoen.’ Dit geldt ook voor burgers die aantonen dat zij het verschuldigde bedrag echt niet kunnen betalen. De rechter heeft geen andere optie dan de schuldeiser gelijk te geven, wat vaak gepaard gaat met verdere kosten en oplopende schulden voor de debiteur. 

Ook wanneer schuldeisers wél een betalingsregeling treffen zijn er nog steeds grote verschillen te zien in de manier waarop dit wordt aangepakt. Deze verschillen zijn zichtbaar op de volgende vlakken:

  • Het moment waarop de schuldeiser contact zoekt.
  • De voorlichting over de mogelijkheid van een betalingsregeling.
  • Het kanaal dat wordt ingezet om contact te zoeken.
  • De eisen die aan een betalingsregeling worden gesteld.
  • De onderbouwing van de betalingsregeling.
  • De medewerker die de betalingsregeling treft.
  • Het moment waarop de schuldeiser kostenverhogende maatregelen neemt.
  • Het moment waarop een betalingsregeling kan worden getroffen.

Het onderzoek beschrijft drie punten waarvan de verschillende benaderingen hierboven afhankelijk zijn. Het gaat hierbij om het feit dat:

  • de inrichting van het incassoproces doorwerkt in het verloop van de betalingsregelingen.
  • de meeste incassoprocessen zijn ingericht op niet willers. 
  • de hoogte van het openstaande bedrag veel invloed heeft op de mate waarin maatwerk wordt geboden door de schuldeiser. 

Hoewel uit het onderzoek blijkt dat schuldeisers actief zoeken naar oplossingen om meer maatwerk te bieden, blijft het de vraag of de verbeteringen die worden doorgevoerd voldoende zijn. Er komt geen duidelijk antwoord op de vraag hoe het opstapelen van vorderingen bij een debiteur in goede banen kan worden geleid, hoe debiteuren sneller actie kunnen ondernemen en hoe er meer inzicht kan komen in de bedragen die een debiteur kan missen. Wel stellen geïnterviewde schuldeisers in het onderzoek dat zij sinds het uitbreken van corona meer maatwerk bieden. Zij geven echter niet aan hoelang deze extra ruimte voor het voldoen van betalingsverplichtingen nog zal blijven bestaan. 

Wat betreft ontwikkelingen in de toekomst geven de geïnterviewde schuldeisers aan dat zij verwachten meer gebruik te gaan maken van data-analyse (om meer maatwerk  te kunnen leveren) en online omgevingen waar mensen met schulden of betalingsachterstanden zelf een betalingsregeling kunnen treffen. De vraag blijft echter of schuldeisers uiteindelijk willen meebewegen als blijkt dat debiteuren gewoonweg niet kunnen betalen. 

 Naar aanleiding van de conclusies uit dit onderzoek zijn er zes denkrichtingen ontwikkeld om verbeteringen aan de werking van betalingsregelingen te verbeteren:

  1. Geef debiteuren een wettelijk recht op een betalingsregeling.
  2.  Koppel dit recht aan incassokosten. Wanneer incassokosten worden gerekend ontstaat automatisch het recht op een betalingsregeling. 
  3. Wanneer er meerdere schuldeisers zijn moet de aflossingscapaciteit van de debiteur over deze schuldeisers worden verdeeld. 
  4.  Verhoog het griffierecht. Hierdoor is het voor schuldeisers minder aantrekkelijk een gerechtelijke procedure te starten en wordt het aangaan van een betalingsregeling gestimuleerd. 
  5. Voorzie in een proceskostenveroordeling als schuldeisers een zaak te snel voor de rechter brengen. 
  6. Neem alleen de hoofdsom mee bij de verdeling van de schuldregeling en Wsnp. 

Gerelateerde artikelen

Eenvoud loont: oplossingen om schulden te voorkomen

Bij veel mensen stapelen de schulden zich op. De RVS adviseert: maak regels en systemen eenvoudiger. Zorg dat mensen hulp krijgen vóórdat ze in de financiële problemen komen. En neem…

Factsheet armoede en schulden 2019

Deze factsheet geeft een overzicht van de cijfers over armoede en schulden, de ontwikkelingen in wet- en regelgeving, de belangrijkste problemen en de dilemma’s die gemeenten daarbij tegenkomen. Bij elk…

Eigen schuld…of niet?

De gemeente Enschede wil dat meer debiteuren hun schuld aflossen. De positief motiverende aanmaningsbrief van Duwtje geeft verrassende resultaten.