Spring naar content

‘Voor mijn gevoel had ik veel geld’

Jongvolwassenen en schulden

23 april 2015

Hoeveel jongvolwassenen hebben schulden? Wat zijn de kenmerken van deze groep en welke factoren hebben invloed op hun financiële gedrag? Het antwoord op die vragen kan helpen bij preventie en vroegsignalering van schulden.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wilde meer weten over schulden bij jongvolwassenen. Daarom zette onderzoeksbureau Panteia een vragenlijst uit onder ruim 1.500 jongvolwassenen van 18-27 jaar. Ook spraken de onderzoekers met een aantal van hen en met deskundigen.

Want hoeveel jongvolwassenen hebben schulden? Wat zijn de kenmerken van deze groep en welke factoren beïnvloeden hun financiële gedrag? Het antwoord op die vragen kan helpen bij preventie en vroegsignalering van schulden.

1 op de 3 jongvolwassenen heeft een lening

Jongvolwassenen lenen het vaakst bij Dienst Uitvoering Onderwijs (28%), ouders (12%) en familie en vrienden (6%). Een klein aantal heeft een doorlopend krediet of persoonlijke lening bij een financiële instelling (3%).

Ook hebben ze vaak achterstallige rekeningen: 24% heeft in het afgelopen jaar een rekening niet op tijd betaald. In de helft van die gevallen was dat doordat ze te weinig geld hadden. 10% van de jongvolwassenen betaalt de zorgpremie niet op tijd. Daarna volgen de telefoonrekening (7%), online aankopen (6%) en de hypotheek of huur (4%).

Ongeveer 14% had in de afgelopen 12 maanden 1 of meer risicovolle schulden en betalingsachterstanden. Dat zijn 304.000 jongvolwassenen. Zij hebben achterstanden in de huur of energie, staan regelmatig rood voor grote bedragen of hebben creditcardschulden.

Jongvolwassenen doen het op een aantal punten beter

Van alle Nederlanders staat 13% af en toe rood, en bij 15% gebeurt dit vaak. Bij jongvolwassenen liggen die percentages lager: 10% staat af en toe rood en 6% vaak.

Verder kopen jongvolwassenen minder vaak iets op afbetaling (10%) en hebben ze minder vaak een creditcard (22%). Van alle Nederlanders koopt 10% vaak iets op afbetaling en 50% heeft een creditkaart.

Geen werk en opleiding betekent vaker schulden

Jongvolwassenen die een opleiding volgen, doen het financieel het best. Ze hebben vaker geen enkele betalingsachterstand. En als ze die wel hebben, is die gemiddeld lager. Ook staan ze minder vaak rood dan andere jongvolwassenen. Wel hebben ze vaker een lening bij DUO, maar dat is logisch.

Laagopgeleide jongvolwassenen hebben vaker schulden

Laagopgeleide jongvolwassenen scoren op vrijwel alle onderdelen van schulden slechter dan hoogopgeleide jongvolwassenen. Alleen bij DUO hebben hoogopgeleiden vaker schulden, en hun totale schuld is vaak hoger.

Jongvolwassenen met het hoogste inkomen hebben vaker schulden

Jongvolwassenen uit de hoogste inkomenscategorie (€ 2001 of meer) hebben vaker schulden dan leeftijdsgenoten met een lager inkomen.

Ook hebben ze gemiddeld het hoogste bedrag geleend en staan ze vaker voor het maximale bedrag rood. Ze maken vaker gebruik van een doorlopend krediet en persoonlijke lening en moeten gemiddeld meer terugbetalen aan de Belastingdienst.

De groep van 25-27 jaar heeft vaker schulden dan de andere leeftijden. Zowel de gemiddelde hoogte van de achterstanden als het aantal kredieten en leningen stijgt met de leeftijd.

Verschillende oorzaken voor schulden

De meeste jongvolwassenen ervaren hun schulden als een probleem. Ze noemen het zelf vaak een combinatie van pech en eigen schuld. Uit de gesprekken met hen blijkt dat er verschillende oorzaken zijn voor hun schulden en achterstanden:

  1. Gedrag: veel jongvolwassenen met schulden doen impulsaankopen waar ze later spijt van krijgen. Ook lenen ze geregeld geld om comfortabeler te leven. Dat komt vaak door druk uit hun sociale omgeving. Ze kunnen bijvoorbeeld moeilijk nee zeggen of willen dezelfde gadgets kopen als hun vrienden.
  2. Studieschuld: veel jongvolwassenen onderschatten een studieschuld. Ze denken dat ze die makkelijk kunnen aflossen of dat DUO die later in een gift omzet. Maar in de praktijk valt dat tegen en ervaren ze hun studieschuld vaak als een zware last.

Als student denk je dat de wereld aan je voeten ligt en je ziet later wel hoe je die schuld terugbetaalt

  1. Life events: als jongvolwassenen op zichzelf gaan wonen, passen ze hun financiële gedrag niet altijd aan. Ook worden sommigen werkeloos of arbeidsongeschikt, waardoor ze ineens minder inkomen hebben. Daarnaast kunnen verbroken relaties of (ex-)partners met schulden tot schulden leiden.

  2. Financiële opvoeding: de opvoeding heeft grote invloed op hoe kinderen als volwassenen omgaan met geld. Denk aan de kennis en vaardigheden, maar ook bijvoorbeeld de mentaliteit: krijgt een kind van huis uit mee dat je nooit meer geld uit moet geven dan je hebt?

Fouten door instanties noemen de jongvolwassenen bijna niet, maar die kunnen natuurlijk ook zorgen dan mensen in de schulden terechtkomen.

Jongvolwassenen gaan op verschillende manieren met schulden om

  • Ze zoeken sociale steun bij ouders, vrienden en kennissen.
  • Ze vragen financiële hulp of financieel advies aan ouders of vrienden.
  • Ze pakken hun problemen actief aan door bij de eerste schulden meteen hulp te vragen of een regeling te treffen.
  • Ze negeren de problemen, waardoor de schulden nog verder oplopen.
  • Ze raken depressief doordat ze hun schulden als een grote last ervaren.
  • Vooral degenen die zijn opgegroeid in een financieel gezonde thuissituatie, stellen zichzelf gerust en denken: het komt wel goed.

5 adviezen uit het onderzoek

  1. Gemeenten en schuldhulpverleners moeten hun preventie specifiek richten op jongvolwassenen die risico hebben op schulden. Dus op de groep van 25-27 jaar, laagopgeleiden en jongvolwassenen die niet werken en geen opleiding volgen.
  2. Geef praktische en laagdrempelige adviezen. Informatie over schuldhulpverlening is vaak ‘zwaar’ en schrikt jongvolwassenen af. Gemeenten en schuldhulpverleners moeten hun voorlichting afstemmen op de belevingswereld van de doelgroep.

Ik was op zoek naar informatie en tips. Ik vond informatie op de website van de gemeente, maar die schrok mij erg af. Het ging over een Wsnp-traject. 

  1. Banken en brancheorganisaties moeten jongvolwassenen financieel overzicht geven. Maak bijvoorbeeld een bankieren-app die toekomstige afschrijvingen laat zien, zoals de zorgpremie of energierekening. Of deel het banksaldo maandelijks op in ‘potjes’. Dat voorkomt dat mensen te veel uitgeven.
  2. Maak het moeilijker om te lenen en toeslagen aan te vragen. Je kunt nu snel en makkelijk een lening bij DUO afsluiten of een toeslag bij de Belastingdienst aanvragen. Maar veel jongvolwassenen krijgen daar achteraf spijt van. De overheid kan bijvoorbeeld de bedragen van een lening of toeslag standaard lager instellen en bedenktijd inlassen.
  3. Zorg voor goede financiële educatie en praktische voorlichting, ook in het beroepsonderwijs.

Gerelateerde artikelen

Verslag Webinar ‘Wat is de impact van online beleggen in cryptomunten op jongeren?’

In het webinar ‘Wat is de impact van online beleggen in cryptomunten op jongeren?’ deelden verschillende experts vanuit hun eigen vakgebied...

Jongeren betreden massaal de cryptomarkt

In het Nibud-rapport "de coronacrisis en ons geld" van 15 juli werd geconcludeerd dat steeds meer Nederlanders beleggen. Van de...

Jongvolwassenen en hun financiële doelen

Het Nibud heeft samen met de Rabobank een onderzoek verricht op het thema van financieel gezond leven. Dit rapport biedt...