Spring naar content

Van schulden naar kansen: weten wat werkt

1 november 2021

Nationale-Nederlanden, Aegon en het lectoraat Armoede Interventies hebben in zeven steden een programma uitgevoerd gericht op het terugdringen van armoede en schulden. De resultaten van het onderzoek naar dit programma staan beschreven in het boek ‘Van schulden naar Kansen – Weten wat werkt’. Voor dit onderzoek zijn buurten geselecteerd waar veel huishoudens met een (zeer) laag inkomen ‘in armoede’ leven. Tijdens dit onderzoek is gekeken wat er nu wel en wat er niet in de uitgevoerde projecten werkt en wat alle andere initiatieven in Nederland die gericht zijn op het tegengaan van armoede en schulden hiervan kunnen leren. Er is gericht op het aantal bereikte huishoudens, de verbetering van de financiële zelfredzaamheid op de korte en/of lange termijn en de ontwikkeling van de projecten tijdens het VSNK-programma. Dit onderzoek is uitgevoerd door middel van het deelnemersonderzoek, het projectenonderzoek en het contextonderzoek. De inzichten vanuit dit rapport kun je inzetten binnen het hulp- en dienstverleningsaanbod. 

Resultaten

De eerste onderzoeksvraag betrof het bereik van het programma. Het streven was om 17.625 huishoudens te bereiken. Nationale Nederlanden en Aegon ondersteunden 85 projecten met een bereik van 18.567 huishoudens, waardoor de doelstelling is bereikt. 

De tweede onderzoeksvraag was gericht op de vraag of de financiële zelfredzaamheid van de deelnemers die door het VSNK-programma zijn bereikt door het project verbeterde. De resultaten lieten zien dat ruim driekwart van de respondenten positieve ontwikkelingen in hun financiële zelfredzaamheid lieten zien. Hierbij viel het op dat vooral deelnemers met een lage ‘startwaarde’ een grote ontwikkeling laten zien. Met name op het gebied van ordenen en overzicht in de eigen administratie en op het gebied van basale kennis en begrip van financiën laten de laagst opgeleide deelnemers die zich met een niet Nederlandse groep identificeren en deelnemers met schulden de meeste groei zien. Daarnaast levert het onderzoek sterke aanwijzingen op dat vrouwelijke deelnemers die zich met een niet-Nederlandse groep identificeren een grotere positieve ontwikkeling laten zien in projecten die specifiek op deze doelgroepen gericht zijn. Verder is het aantal deelnemers met een betaalde baan gestegen naar aanleiding van de deelname aan projecten die zich richten op het genereren van inkomen. De stijging van inkomen is het groots bij de deelnemers die bij de start geen werk hadden en die na afloop wel werk hadden. De grootste daling van deelnemers met schulden zien we bij projecten die gericht zijn op het beheersen van uitgaven. 

De derde onderzoeksvraag ging in op de ontwikkeling van de projecten gedurende het VSNK-programma. Met name op het professionaliteitsprincipe zijn ontwikkelingen te zien. Er bleek echter weinig vooruitgang te zijn geboekt op het risicoprincipe en het betrouwbaarheidsprincipe. Veel projecten richten zich op te brede doelen, te veel elementen en te veel (niet-beoogde) doelgroepen. Daarnaast is er een verbetering bij lokale informele armoede- en schuldenprojecten van belang. Zo zijn veel projecten onbekend met (het op een correctie manier inzetten van) effectieve methoden en de meerwaarde van effectenonderzoek. Ook geven de projectleiders aan dat ze het moeilijk vinden om op een goede manier aan duurzame gedragsverandering te werken. Verder speelt motivatie ook een belangrijke rol binnen de projecten: vaak krijgen minder gemotiveerde mensen geen toegang tot het project, is er een relatief grote uitval van mensen die niet gemotiveerd gehouden kunnen worden en wordt er binnen projecten (nog) niet methodisch gewerkt aan motivatie. 

Conclusie

Dit onderzoek laat zien dat veel lokale informele armoede- en schuldenprojecten vooral van meerwaarde zijn voor mensen met kleine of dreigende schulden die hun financiële zelfredzaamheid laag inschatten. Veel van de projecten zouden meer kunnen bereiken door zich te versterken op bepaalde onderdelen. Hier is echter wel financiering voor en sturing op nodig. 

Aanbevelingen

  • Het is van belang dat er geïnvesteerd wordt in interventies die gericht zijn op een specifieke groep.
  • Het is van belang dat er geïnvesteerd wordt in een betere intake van projecten. 
  • Zorg voor een vergroting van de arbeidsmarktoriëntatie van deelnemers die hun inkomen structureel willen verhogen door projecten en partijen in te zetten die gericht zijn op het vergroten van het inkomen.
  • Het is van belang dat er geïnvesteerd wordt in een betere en preventieve doorverwijsfunctie naar professionele schuldhulpverlening.
  • Het is van belang dat er specifiek aandacht is voor mensen die uitvallen en/of minder gemotiveerd zijn.
  • Het is van belang dat succesvolle elementen van projecten benut worden.
  • Het is van belang dat er voor meer sturing op het versterken van bestaande lokale informele armoede- en schuldenprojecten en op collective impact wordt gezorgd. 
  • Het is van belang dat de kloof tussen kennis en praktijk over effectiviteit wordt verkleind.

Gerelateerde artikelen

Lokaal samenwerken in de aanpak van kinderarmoede

Er is een goede samenwerking tussen professionals en organisaties nodig om kinderarmoede tegen te gaan. Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ),...

Ongewenste mijding van mondzorg

In opdracht van de Directie Zorgverzekeringen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben ACTA, het Radboudumc en de...

GO tegen gezinsarmoede

Het GO-team in Mechelen pakt kinder- en gezinsarmoede op een eigen, vernieuwende manier aan. Het team geeft intensieve begeleiding aan gezinnen die leven onder armoedige, vaak gevaarlijke omstandigheden. Het GO-team…