Spring naar content

Mobility Mentoring® op basis van hersenwetenschap

Hoe inzichten uit de hersenwetenschap leiden tot een betere aanpak van armoede en schulden

18 januari 2017

Mobility Mentoring® kijkt naar de impact van geldstress op gedrag. Deze aanpak van armoede en schulden bestaat uit crisismanagement en praktische hulp, bijvoorbeeld bij werk vinden en schulden oplossen. Daarnaast is er veel aandacht voor mentale vaardigheden, zoals het probleemoplossend vermogen.

Mobility Mentoring® is een Amerikaanse aanpak van armoede en schulden die uitgaat van de nieuwste inzichten uit de hersenwetenschap. Het belangrijkste uitgangspunt van Mobility Mentoring is dat geldstress het gedrag en handelen van mensen beïnvloedt. 

Mobility Mentoring werkt met mentoren, bijvoorbeeld professionals in de schuldhulpverlening. Mentor en deelnemer zijn elkaars gelijken. De mentor oordeelt niet en volgt het tempo van de deelnemer. De mentor ondersteunt maar neemt niets over. 

De mentor weet dat niet-productief gedrag een gevolg is van (chronische) stress en geen teken van onwil. Als een deelnemer zich niet inspant om doelen te bereiken, gaat de mentor niet duwen of trekken. In plaats daarvan praat hij met de deelnemer over motivatie of geloof in eigen kunnen. Hij legt de deelnemer uit dat stress leidt tot minder doelgericht handelen. Zo gaat de deelnemer zijn eigen gedrag beter begrijpen.

De mentor helpt de deelnemer ook na te denken welke doelen hij op de lange termijn wil bereiken en welke stappen hij daarvoor moet zetten. 

Op een andere manier naar gedrag van cliënten kijken

Natuurlijk verschillen de Nederlandse en Amerikaanse situatie op een aantal punten. Maar het gaat om de manier van kijken. En door sociale problematiek te bekijken door de bril van de hersenwetenschap, kan dit nieuwe inzichten en alternatieve oplossingen bieden. 

De inzichten uit de hersenwetenschap verklaren ook waarom deelnemers makkelijk afspraken vergeten of niet nakomen, en waarom sommige snel opgeven, niet flexibel zijn of snel boos worden. Deze gedragspatronen bestempelen professionals op dit moment vaak als gebrek aan motivatie. 

Mobility Mentoring kijkt met meer compassie naar het gedrag van deelnemers en maakt de dienstverlening effectiever en efficiënter

Het grootste risico voor de mentor is dat hij in niet-productieve sympathie vervalt of taken overneemt door zijn betrokkenheid bij de deelnemer.

De invloed van chronische stress

Stress door schaarste, armoede en schulden beïnvloedt de werking én ontwikkeling van de hersenen. In geval van schaarste en armoede is er ook vaker sprake van slechtere voeding, instabiele relaties, huiselijk geweld, verwaarlozing en ziekte. Deze factoren vergroten de stress. Bij kinderen zijn de hersenen nog in ontwikkeling: daarom is chronische stress voor hen extra schadelijk.

Iedereen heeft een bepaalde ‘mentale bandbreedte’ om informatie te verwerken en beslissingen te nemen. Schaarste slokt de hele bandbreedte op en zorgt voor een tunnelvisie. Alle aandacht gaat uit naar vragen als ‘hoe zorg ik voor eten op tafel?’ en ‘waar betaal ik de kleding voor de kinderen van?’ Daardoor verwaarlozen mensen andere zaken. 

Om uit de armoede te komen, moeten mensen hun problemen kunnen aanpakken en verantwoordelijkheid nemen. Maar stress heeft een negatieve invloed op impulsbeheersing, werkgeheugen en mentale flexibiliteit. Daarom is het voor mensen zo lastig om hun eigen situatie te verbeteren.

Schaarste kan leiden tot een (tijdelijke) daling van het IQ met zo’n 13 punten. Dat is gelijk aan het verschil in IQ tussen alcoholisten en niet-alcoholisten

Mentale vaardigheden ontwikkelen

De gevolgen van chronische stress op de hersenen zijn omkeerbaar. Dus als de mentale bandbreedte van mensen weer toeneemt, kunnen ze beter nadenken over hun situatie en over mogelijke oplossingen. 

Binnen de rode driehoek in de afbeelding past bijvoorbeeld hulp bij toeslagen aanvragen of mensen naar de voedselbank begeleiden. Dan ontstaat langzaam maar zeker ruimte om samen met de mentor aan de langetermijndoelen te werken. 

De traditionele dienstverlening zet meestal in op werk vinden en schulden oplossen. Mobility Mentoring doet dat ook, maar er is evenveel aandacht voor verbetering van de mentale vaardigheden, zoals het probleemoplossend vermogen. Maar denk ook aan doelen stellen en bedenken wat nodig is om die doelen te bereiken. En aan die doelen monitoren en bijstellen, doorzetten als het moeilijk wordt en een plan B bedenken. 

Steun aan mensen met chronische stress

Het is belangrijk dat de ondersteuning de stress niet vergroot, want dan stapelen de problemen zich verder op. Enkele tips:

  • Zorg dat deelnemers zich welkom voelen. Vermijd hoge balies en tl-verlichting, want die wekken een sfeer van wantrouwen op;
  • Plan afspraken in de ochtend. Mensen zijn ’s ochtends beter in staat verbanden te zien. Daarom leveren gesprekken in de ochtend meer op;
  • Regel kinderopvang, zodat iemand zijn aandacht niet hoeft te verdelen tussen het gesprek en het kind;
  • Deelnemers mogen uitvallen en weer terugkomen zonder grote negatieve consequenties. De hulp is gratis;
  • Beloon goed gedrag;
  • Zet zaken snel in gang. Dat beperkt de stress van wachten; 
  • Deel complexe taken op in kleine stappen, stuur mensen reminders, maak samen to-dolijstjes en samenvattingen van gesprekken, en houd informatie eenvoudig. 

De 10 onderdelen van Mobility Mentoring 

De mentor werkt samen met de deelnemer aan de volgende onderdelen. De volgorde ligt niet vast en de mentor hoeft ze niet alle 10 te gebruiken. 

  1. De impact van chronische stress op het gedrag van de deelnemer bespreken;
  2. Werken aan een realistisch zelfbeeld om realistische doelen te kunnen stellen; 
  3. Ambities vergroten. Vaak heeft een deelnemer weinig ambities. Hij vindt bijvoorbeeld deurwaarders de normaalste zaak van de wereld, en in zijn omgeving hebben veel mensen te weinig diploma’s voor goed betaald werk. De mentor heeft een positief motiverende instelling en wijst de deelnemer op wat er allemaal wél kan;
  4. Doelen en subdoelen stellen. Deze komen van de deelnemer en niet van de mentor. Samen bespreken ze de redenering achter de doelen, en de mentor schetst hoe een doel op het ene terrein doelen op andere terreinen beïnvloedt; 
  5. Waarden vaststellen. De weg uit armoede is lang en vol tegenslagen. Dit zet de motivatie onder druk, maar een deelnemer is gemotiveerder als de doelen aansluiten bij zijn belangrijkste waarden;
  6. Strategieën uitwerken. De mentor biedt geen oplossingen maar stelt vragen. Zo oefent en ontwikkelt de deelnemer zijn probleemoplossende vaardigheden; 
  7. Praktische informatie bieden op een laagdrempelige manier. Denk aan eenvoudige stappenplannen en checklists;
  8. Om een deelnemer in beweging te krijgen, moedigt de mentor hem aan om kleine stappen te zetten en successen te vieren;
  9. Focus creëren en vasthouden. Veel deelnemers verliezen de langeretermijndoelen uit het oog doordat ze van crisis naar crisis leven. Door mentale bandbreedte vrij te maken, kan de deelnemer weer focussen op zijn doelen;
  10. Vooruitgang zichtbaar maken en leren van fouten. Als de deelnemer een subdoel behaalt, kijken de mentor en de deelnemer wat goed heeft gewerkt en wat niet. Leren van fouten is een belangrijke vaardigheid. Terugval is onderdeel van het leerproces.

Bij Mobility Mentoring behalen deelnemers vaker hun doelen en leren ze mentale vaardigheden beter in te zetten en te ontwikkelen. Uiteindelijk kunnen deelnemers zichzelf mentoren, hun eigen probleem analyseren, hun gedrag reguleren, zelf doelen voor de korte en lange termijn stellen en de nieuwe vaardigheden doorgeven aan hun kinderen.

Mobility Mentoring is aantoonbaar effectiever dan andere interventies. In Amerika duurt het gemiddeld 3 jaar voordat de deelnemers succesvol uitstromen. 

Aansluiting bij de Nederlandse manier van werken

Een aantal instrumenten die Mobility Mentoring inzet, kennen we in Nederland ook. Zo lijkt de Bridge to Self-Sufficiency® sterk op de zelfredzaamheidsmatrix. Maar als we kijken door de bril van de hersenwetenschap, kunnen we die instrumenten misschien anders toepassen. Meer gericht op de effecten van stress en de ontwikkeling van de mentale vaardigheden.

Doel-actieplannen

Voor iemand met een beperkte mentale bandbreedte is een traditioneel plan van aanpak vaak niet te overzien. Daarom werkt Mobility Mentoring met doel-actieplannen. 

Zo’n plan is gericht op een concreet doel op de korte termijn. Dat is voor de deelnemer beter te behappen. Zodra de deelnemer het doel heeft bereikt, maakt hij samen met de mentor een nieuw doel-actieplan. 

Hot Jobs en Smart Start Jobs

Mobility Mentors hebben lijsten met (regionale) Hot Jobs en Smart Start Jobs. Hot Jobs zijn banen waarin veel werk is. Alleen leveren zulke banen financieel soms niet genoeg op om een gezin te onderhouden. Voor de lange termijn kan de deelnemer zich daarom beter richten op de Smart Start Jobs. Deze functies bieden uitzicht op een beter salaris. 

Beloningen

In Amerika werkt Mobility Mentoring vaak met beloningen in de vorm van geld. Bijvoorbeeld als deelnemers een doel hebben behaald of om deelnemers te motiveren om acties te ondernemen om de langetermijndoelen te halen. Belonen is het tegenovergestelde van handhaven.  Bij Nederlandse interventies staat handhaven meestal centraal.

De Participatiewet biedt ruimte om te experimenteren met beloningen. De gemeente Tilburg bijvoorbeeld geeft jongeren een bioscoopbon als ze de afspraken met de jongerenschuldhulpverlening nakomen. Een aantal gemeenten in Overijssel werkt met een geluksbudget van ongeveer 500 euro om burgers in beweging te krijgen. De beloningen – die de Belastingdienst kan zien als inkomsten – moeten alleen niet leiden tot een verrekening of teruggave. 

Beloningen werken goed omdat deelnemers die in armoede leven, kijken naar de korte termijn. Ze gebruiken het geld bijvoorbeeld voor de kosten van vervoer, studieboeken of kinderopvang. Door de beloningen halen deelnemers vaker hun lange termijndoelen, zoals een diploma. Daardoor neemt de uitstroom naar betaald werk met een gemiddeld hoger inkomen toe.

Gerelateerde artikelen

Lezen ≠ Begrijpen: laaggeletterdheid en schulden

18% van de Nederlandse bevolking is laaggeletterd. Hoe is dat bij mensen met financiële problemen? Uit dit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van hen moeite heeft met lezen…

Project Euro-Wijzer 3

Vluchtelingen die in Nederland aankomen zijn vaak extra kwetsbaar vanwege het gebrek aan een financieel vangnet. Om te voorkomen dat...

GO tegen gezinsarmoede

Het GO-team in Mechelen pakt kinder- en gezinsarmoede op een eigen, vernieuwende manier aan. Het team geeft intensieve begeleiding aan gezinnen die leven onder armoedige, vaak gevaarlijke omstandigheden. Het GO-team…