Spring naar content

‘Veel vrouwen verlaten de opvang met meer schulden!

Interview met Judith Martens, Clustermanager bij Sterk Huis in Goirle

27 maart 2023

Ze vindt het een voorrecht om in de vrouwenopvang te werken. Ze houdt van bruggen slaan, medestanders te vinden en complexe vraagstukken aan te pakken. Judith Martens, clustermanager bij Sterk Huis in Goirle. ‘Ik probeer niet gefrustreerd te raken over het systeem, maar kansen te blijven zien.’

‘Ik kreeg een rondleiding van een tienermoeder. Ze was zestien, ze had een papegaai op haar kamer, dat weet ik nog heel goed. Een andere bewoonster – een arm vol tatoeages en ze had haar telefoon aan een riempje hangen. Hier wil ik werken, dacht ik meteen. Hier kan ik iets bijdragen en zij kunnen me zoveel leren.’ Judith Martens was begin twintig en had de opleiding maatschappelijke dienstverlening net afgerond toen ze bij de vrouwenopvang De Bocht – inmiddels Sterk Huis – terecht kwam.

‘Ik ben opgegroeid op een boerderij, mijn vader had een sloperij. Ik denk dat ik in mijn hele leven drie mensen met een andere culture achtergrond had gezien. Ik had zo’n honger naar meer. De wereld is toch groter dan Alphen? De vrouwenopvang waar ik toen terechtkwam, voelde voor mij als dé echte wereld.’

Invloed

En dan was er nog dat eerste vriendje, die haar op al jonge leeftijd leek te willen bezitten. Ging ze naar ponykamp, dan lag daar al een brief van hem op haar te wachten. ‘Ik was nog maar dertien, hij had zoveel invloed op me. Als ik het uit wilde maken, dreigde hij zichzelf wat aan te doen. ‘Dat moet je dan maar doen, heb ik de laatste keer toen ik het uitmaakte, gezegd. Ik was toen ook bang om naar school te gaan, ‘straks is hij echt dood’, dacht ik. Gelukkig bleek dat niet het geval. Van haar vader leerde ze om zelf te denken. Misschien dat ze daarom onafhankelijkheid zo belangrijk vindt en dat begint misschien wel met financiële onafhankelijkheid, vertelt ze. ‘Ik heb ook een tijd bij FIOM in Eindhoven gewerkt, we hebben daar een inloophuis voor tienermoeders opgezet. Ik merkte dat al die meiden met financiële problemen zaten. Wilden we ze aan ons binden, dan moesten we hulp op dát vlak bieden.’

Dat werkte, binnen no-time bereikten ze meer dan honderd tienermeiden. ‘We hielpen hen bij het aanvragen van een uitkering, bij het uitpluizen van de schulden. Toen merkte ik – en dit is jaren geleden – hoe weinig aandacht er was voor de financiële positie van vrouwen in de opvang. Het waren ook andere tijden. Vrouwen die een kind kregen, ontvingen een bijstandsuitkering en moesten pas na vijf jaar verplicht solliciteren. Het overheersende idee was destijds wel dat je als moeder thuis bij de kinderen moest zijn.’

Judith Martens (Foto: Bas Losekoot)

Aandacht

Tijden zijn veranderd, maar toch pleit Martens nog steeds voor veel meer aandacht voor financiën in de opvang. ‘Kijk, we hebben hier ook de mannenopvang, maar zij komen vaker al met een baan binnen. Voor vrouwen die financieel afhankelijk zijn, zijn de gevolgen van een slechte relatie groter. Veel vrouwen komen met meer schulden uit de opvang dan dat ze erin ging. Daar kan ik me echt enorm over opwinden.’

Ze schetst de situatie waarbij de vrouw – in paniek vaak – het huis verlaat. ‘Je bent fiscaal partner van je man, maar voor de veiligheid kun je niet je adres overal wijzigen, dat maakt dat je schulden kan oplopen met je hypotheek, bepaalde toeslagen en verzekeringen, dus dat mag je later allemaal corrigeren en terugbetalen.’

Geldzorgen staan het herstel vaak enorm in de weg, weet Martens. ‘Hoe ga je aan je trauma werken als er drie enveloppen van de deurwaarder liggen? De vrouwen in de opvang komen bovendien niet voor gemeentelijke schuldhulp in aanmerking omdat ze hier natuurlijk maar voor drie tot zes maanden verblijven. We hebben – tijdens de Werkplaats van Schouders Eronder – gekeken hoe we de screening in die eerste periode goed kunnen inrichten. De vrouwenopvang is arm hè, ik heb geen geld om allerlei financiële hulpverleners aan te nemen.’

We zijn op de wereld om veiligheid te bieden, daar ligt onze focus

De hulpverleners van Sterk Huis hoeven ook niet alles zelf te weten, benadrukt ze. ‘Wij zijn er allereerst om veiligheid te bieden, daar ligt onze focus.’ Martens hoorde onlangs van de cliëntenraad van Sterk Huis dat de vrouwen voelen dat de professionals het eigenlijk té druk hebben. ‘Dat heeft ook hiermee te maken. Professionals die op de groep staan, zijn vaak veel tijd kwijt aan allerlei regeldingen.’

Inmiddels is er meer samenwerking in de regio. Collega’s bij Traverse, de organisatie voor maatschappelijke opvang in de regio Hart van Brabant, hebben bijvoorbeeld veel ervaring met bewindvoering. Ook de vrouwen van Sterk Huis kunnen  inmiddels bij hen terecht. ‘Met de gemeente Tilburg zijn we op zoek naar een oplossing voor de gemeentelijke schuldhulpverleningstrajecten. Vijftig procent van onze cliënten komt toch uit Tilburg.’

Ze weet dat er oplossingen nodig zijn voor de lange termijn, en begrijpt dat de gevolgen voor vrouwen groot kunnen zijn. ‘Dit merken ze vooral nadat ze vertrokken zijn. Plotseling zitten ze daar, met drie kinderen in een flatje in Tilburg, terwijl de poststapel groeit. Wij zorgen echt wel voor een soepele overgang, maar zelfs dan kan het heel overweldigend zijn. Ik begrijp dat sommige vrouwen besluiten om terug te gaan naar hun partner. ‘Dan hebben mijn kinderen in ieder geval te eten, en die klappen zijn ze gewend.”

Handelen

Martens bijt zich graag in dit soort lastige vraagstukken vast. ‘Ik hou gewoon van complexiteit, dan kom ik het beste uit de verf. Ik ben van de directe actie.’ Ze wijst naar het whiteboard naast de tafel. Ze heeft er allerlei brainstormkrabbels gemaakt. ‘Mijn denkwijze is associatief en ik streef ernaar om niet door het systeem beperkt te worden, maar juist kansen te zien en te benutten. Ik houd me graag bezig met het grotere plaatje. Als ik niet naar buiten ga, contacten blijf leggen en problemen blijf oplossen, dan doe ik zowel de vrouwen als de medewerkers hier tekort.’

Tot haar verbazing wordt de praktijk vaak genegeerd door het beleid. Ze zegt: ‘Ik begrijp dat er overal in het land, bij gemeenten en in Den Haag, mensen werken met de beste bedoelingen. Maar ze hebben soms geen idee van de impact van bepaalde regelingen in de praktijk. Ik blijf denken aan die vrouw hier, die doodsbang was voor haar partner en eindelijk de moed had om te vertrekken, maar nu geconfronteerd wordt met financiële problemen en schulden die zich opstapelen.’

Gerelateerde artikelen

Opgroeien en opvoeden in armoede

Ongeveer een op de twaalf kinderen groeit op in armoede. Naar aanleiding van de coronacrisis wordt verwacht dat het aantal...

GO tegen gezinsarmoede

Het GO-team in Mechelen pakt kinder- en gezinsarmoede op een eigen, vernieuwende manier aan. Het team geeft intensieve begeleiding aan gezinnen die leven onder armoedige, vaak gevaarlijke omstandigheden. Het GO-team…

Meeste mensen ontstijgen armoederisico van hun ouders

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een onderzoek uitgevoerd naar de inkomenssamenhang tussen twee familiegeneraties. Uit dit onderzoek...